U bevindt zich hier: Vaargebieden Middellandse Zee Cyprus  
 MIDDELLANDSE ZEE
ItaliŽ
Cyprus
Griekenland
Egypte
Spanje
Frankrijk
Barcelona
Genua
Venetie
 VAARGEBIEDEN
Europa
Azie
Zuidamerika
Caribische gebied
Middellandse Zee
Noordamerika
Antartica
Noordpool
Afrika
Midden Oosten

CYPRUS
 

In dit magnifieke vakantieparadijs schijnt de zon gemiddeld 340 dagen per jaar! Het eiland wordt getypeerd door ongerepte natuur, stille dorpjes, moderne steden, heerlijke zandstranden, prachtige kunstschatten en een zeer gastvrije bevolking. Een uitstekende keuken en voortreffelijke wijnen completeren het geheel.


 

Geografisch gezien behoort Cyprus tot Azië, maar cultureel gezien is dat niet het geval; om die reden wordt het eiland toch vaak tot Europa gerekend. Cyprus is een klein eiland in de Middellandse Zee. Het ligt helemaal in het oosten van de Middellandse Zee, ongeveer even zuidelijk als Kreta. Met zijn ruim 9000 vierkante kilometer is het kleiner dan Sicilië en Sardinië; in grootte is het te vergelijken met de Nederlandse provincies Groningen, Friesland en Drenthe tezamen. Langs de kusten en in de vlakte tref je warme tot zeer warme zomers met veel blauwe luchten, een uiterst aangename herfst, een korte en milde, maar vochtige winter (45 procent van de neerslag valt in december en januari) en een vroege lente. Het dichtstbijzijnde vasteland van Cyprus is Turkije, zo'n 70 kilometer noordelijker, maar ook Syrië ligt dichtbij: niet meer dan 95 kilometer naar het oosten. Het vasteland van Griekenland ligt 750 kilometer verder weg. Het dichtstbijzijnde Griekse eiland is Rhodos, dat nog steeds een 400 kilometer naar het westen ligt.

Twee helften

Na de inval van het Turkse leger in 1974 is Cyprus in twee helften verdeeld. De noordelijke helft beslaat 37 procent van het totale oppervlak; hier woont nu de Turks-Cypriotische bevolkingsgroep. De 180 kilometer lange bufferzone ('Atilla- of Green Line') vormt de grens tussen Noord- en Zuid-Cyprus. In het zuidwesten en zuiden nemen nog eens twee autonome Britse legerbases elk een oppervlakte van vele tientallen vierkante kilometers in beslag.

Belangrijkste steden

De belangrijkste steden in Zuid-Cyprus zijn de gedeelde hoofdstad Nicosia (Lefkosia) en verder Larnaca, Limassol en Paphos. Polis en Ayia Napa zijn weliswaar klein, maar in toeristisch opzicht van groot belang. In Noord-Cyprus zijn de andere helft van Nicosia (Lefkosa), alsmede Girne (Kyrenia), Gazi Magusa (Famagusta) en Güzelyurt (Morphou) plaatsen van betekenis.

Klein maar fijn

Cyprus is niet groot. Van oost naar west is de grootste afstand 225 kilometer; van noord naar zuid is dat slechts 95 kilometer. Ondanks zijn geringe omvang heeft het eiland een verscheidenheid aan landschappen. In het noorden ligt het Besparmak- of Pentadaktylos-gebergte, dat ook wel met 'Kyreniagebergte' wordt aangeduid. Het volgt de kustlijn, heeft een lengte van ongeveer 130 kilometer maar is slechts vijf kilometer breed. Als voortzetting van de bergen ligt in het uiterste noordoosten het Karpas-schiereiland. De licht glooiende punt is nauwelijks bewoond en heeft zeer fraaie, nog onbedorven zandstranden. Het Troödosgebergte, in het zuidwesten, is iets minder lang dan de noordelijke bergketen: circa tachtig kilometer, maar in de breedte nemen de bergen 25 kilometer in beslag. Het bestaat uit kristallijnen gesteenten uit het Mesozoïcum en het Tertiair. Met zijn 1951 meter is de Olympos de hoogste top.


 

Warme zomers

Cyprus ligt weliswaar in de Middellandse Zee, maar heeft niet in alle opzichten een mediterraan klimaat. Langs de kusten en in de vlakte voldoet het klimaat wel degelijk aan het verwachtingspatroon. Hier tref je warme tot zeer warme zomers aan met veel blauwe luchten, een uiterst aangename herfst, een korte en milde, maar vochtige winter (45 procent van de neerslag valt in december en januari) en een vroege lente. Op de Mesaoria, de centrale vlakte, zijn de zomers zeer warm en droog; aan de kust zorgt een briesje van zee meestal voor verkoeling. Echt lekker warm (ook 's avonds!) wordt het eigenlijk pas na half mei; vóór die tijd kan er een koude wind uit zee waaien. Daar staat tegenover dat er tot eind oktober of begin november - naar onze begrippen - zomerse temperaturen heersen.

Skiën

In de bergen heeft Cyprus evenwel een totaal ander klimaat. Hier kun je in de zomer op onweersbuien rekenen en op temperaturen, die veelal belangrijk lager liggen dan in de vlakte. Vanzelfsprekend beginnen de herfst en winter hier eerder, maar de lente en zomer juist weer later. Van januari tot maart wordt er in de hoogste regionen van het Troödosgebergte geskied en de laatste jaren heeft dit gebied zich sneeuwzekerder getoond dan de Alpen… Wanneer het in mei in het laagland al heerlijk warm is, kan het hier nog flink koud zijn - met mist en natte sneeuw. Toch heeft dit zijn charme: je kunt dan, langzaam omhoog rijdend vanaf de kust, in enkele uren tijd van de voorzomer in de nawinter terecht komen.

Bloemen

Wie van bloemen - véél bloemen - houdt, kan Cyprus het beste in februari, maart of april bezoeken. Vanaf mei verplaatst de bloei zich naar de bergen en begint aan de kust en in het binnenland het graan al te rijpen. Nog later verschroeit hier het landschap, en wordt pas in de late herfst en winter weer groen.


Flora en Fauna

Moeflon

De eeuwenlange jacht op alles wat beweegt heeft zijn sporen nagelaten op de Cypriotische fauna. Olifanten en nijlpaarden waren al in de prehistorie uitgestorven; luipaarden, wilde ezels en herten schijnen het nog tot in de Middeleeuwen uitgehouden te hebben. Als gevolg van al dat gejaag is de zoogdierenwereld van het eiland nu wel bijzonder armetierig te noemen. Veel meer dan de gebruikelijke huisdieren (katten en honden, kippen, kalkoenen, (muil-)ezels, paarden, koeien, schapen, geiten en varkens) en wilde knaagdieren zul je er niet aantreffen. Vermeldenswaard is de moeflon, een bergschaap, dat slechts ternauwernood voor uitsterven behoed kon worden. In het Troödosgebergte, bij Stavros tis Psokas, kun je in een reservaat nog enkele exemplaren van deze schuwe diersoort vinden.

Reptielen

Met de reptielen is het beter gesteld. Hagedissen, kameleons en salamanders zijn er in overvloed en ook (water-)schildpadden kun je op tal van plaatsen tegen het lijf lopen. Ernstig bedreigd zijn de grote zeeschildpadden, die 's zomers bij Lara Beach (niet ver van Paphos) een van de laatste rustige stranden gebruiken om er hun eieren te leggen. Gelukkig worden deze bijzondere dieren serieus beschermd. Slangen zul je ook op Cyprus vinden maar alleen de adder en de kuphi zijn giftig. Als regel zijn slangen bang voor mensen, maar wanneer je er per ongeluk op gaat staan of zitten, zullen ze bijten. Wees daarom een beetje voorzichtig als je door de velden loopt of bij brokkelige muurtjes en losse stenen.
Algemener zijn de slangetjes. Daarvan zijn alleen de adder en de kuphi giftig. Als regel zijn slangen bang voor mensen, maar wanneer je er per ongeluk op gaat staan of zitten, zullen ze bijten. Wees daarom een beetje voorzichtig wanneer je door de velden loopt of bij brokkelige muurtjes en losse stenen.



Vogels

Wat vogels betreft: circa vijftig soorten hebben Cyprus als vaste woon- of verblijfplaats gekozen. Maar tijdens de lente en herfst doen zeker driehonderd (!) verschillende soorten het eiland aan tijdens hun reis naar het noorden, respectievelijk zuiden. Spectaculair zijn de flamingo's, die 's winters de zoutmeren bij Larnaca en Limassol bevolken. De grootste inheemse vogel is de gier. Met zijn kale nek kun je hem in het Troödosgebergte zien vliegen.

Wilde gewassen

Cyprus' geïsoleerde ligging heeft gevolgen gehad voor de plantengroei. Er komen hier ruim tachtig soorten voor - op een totaal van circa 1900 - die je nergens anders zult aantreffen. Opmerkelijk is bijvoorbeeld de Cypriotische ceder, waarvan in een afgelegen dal in het Troödosgebergte nog een populatie overeind is gebleven. Bijzonder fraai zijn ook de enorme Aleppo-dennen, die vooral in de hoogste regionen van dit gebergte groeien. Verder zult u vooral in het mediterrane gebied de gebruikelijke bomen als de laurier, eucalyptus, acacia, kurk- en steeneik, johannesbroodboom, olijf, dadelpalm, populier en talloze fruitbomen aantreffen. Bijzonder mooi is een bepaalde mimosasoort, die tot laat in het voorjaar bloeit en prachtig afsteekt tegen het blauw van de zee.

Bloemenpracht

De lente is sowieso hét seizoen voor wie van bloemen houdt. Naarmate het jaar vordert, verplaatst het tapijt van bloeiende wilde bolgewassen (waaronder krokussen, tulpen, irissen, narcissen, cyclaampjes en hyacinten - en andere plantesoorten - zoals tal van verschillende orchideeën) zich langzaam omhoog, de bergen in. Het merendeel van de wilde of verwilderde gewassen is opmerkelijk goed tegen droogte bestand. Vooral de vetplanten (agaves) zijn daar een goed voorbeeld van.

Velden en moestuinen

Op de velden en in de moestuinen ten slotte tref je diverse graansoorten, aardappels (vooral in het zuidoosten), peulvruchten, tomaten, druiven, fijne groenten en fruitsoorten als meloenen en aardbeien aan.


 

Grotere kaart weergeven


 

Vakantiehuizen |Zonvakanties | Exotische vakanties| Vakantie Duitsland | Vakantie Turkije | Hotels | Vliegtickets
| Rondreis met ferry |Weekaanbiedingen | Beschikbare vaargebieden | Beschikbare rederijen | Beschikbare schepen | Beschikbare havens | Links | Sitemap